Beroep tegen schorsing als ordemaatregel gegrond vanwege een vormfout. Beroep tegen tweede en derde schorsing ongegrond omdat daarvoor voldoende redenen waren.
Samenvatting
Situatie
De directeur van een basisschool is met onmiddellijke ingang geschorst vanwege verdenking van fraude met een oefentoets. De werkgever wilde nader onderzoek doen. Omdat het onderzoek nog niet was afgerond, is de schorsing verlengd. Na afronding van het onderzoek wilde de werkgever zich beraden over de beëindiging van het dienstverband van de directeur. Daarom heeft hij hem voor de derde keer geschorst.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep tegen de eerste schorsing is gegrond. Het beroep tegen de tweede en derde schorsing is ongegrond.
Toelichting
Bij de eerste schorsing heeft de werkgever de directeur niet in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren tegen het voornemen tot schorsing. Dat is in strijd met de cao. Bij de tweede en derde schorsing is wel aan de formaliteiten voldaan en de werkgever heeft in redelijkheid tot deze schorsingen kunnen besluiten. Omdat de directeur niet de waarheid heeft verteld over zijn rol, was onderzoek gerechtvaardigd. Toen het onderzoek was afgerond, heeft de werkgever besloten tot beëindiging van het dienstverband. Gedurende de ontslagprocedure hoefde de werkgever de directeur niet toe te laten tot de school.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel