Samenvatting

Situatie

Na een fysieke confrontatie op de openbare weg voor de school tussen de werknemer en een opa van een leerling, schorst de werkgever de werknemer voor de duur van vier weken. Na afloop van die periode legt de werkgever de werknemer een schorsing op voor de duur van drie maanden vanwege het belang van de instelling en het nader bepalen van de vervolgstappen. De werknemer gaat in beroep tegen de tweede schorsing.

Uitspraak van de Commissie

Het beroep is ongegrond.

Toelichting

Ondanks dat de werkgever een dag voor het verstrijken van de termijn voor het geven van de zienswijze het besluit tot schorsing heeft opgelegd, is niet aannemelijk dat de werknemer alsnog zijn zienswijze heeft willen geven. Eerder had hij kenbaar gemaakt dit niet te zullen doen. De werkgever heeft in eerste instantie niet de duur van de schorsing en de beroepsclausule opgenomen, maar heeft dit middels een latere brief hersteld. De werknemer heeft tijdig beroep ingesteld en zijn bezwaren kenbaar kunnen maken. De werknemer is daarom niet geschaad in zijn belangen of rechtszekerheid.

De werknemer was eerder betrokken bij incidenten, waarbij hij niet goed met zijn frustraties kon omgaan. De werkgever heeft geconcludeerd dat de school geen plek heeft voor de werknemer en dat voor hem een oplossing gezocht diende te worden. Het is begrijpelijk dat de werkgever het niet wenselijk achtte dat de werknemer in de tussentijd op school was.

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel