Beroep tegen schorsing als ordemaatregel ongegrond. De werkgever heeft in redelijkheid de schorsing kunnen opleggen om de rust en orde op de school te herstellen.
Samenvatting
Situatie
Een werknemer is als leerkracht werkzaam op een basisschool. De werknemer heeft kritiek geuit op een door de werkgever aangekondigd onderzoek naar sociale veiligheid binnen het team. Dit onderzoek richtte zich mede op het functioneren van de voormalige directeur, tevens moeder van deze medewerker. De leerkracht heeft voorafgaand aan het onderzoek haar zorgen geuit in een teamvergadering en via een e-mail. Hierop is ze door de werkgever aangesproken. Na afloop van het onderzoek heeft de werknemer in een zelf geïnitieerd overleg kritiek geuit op het onderzoek en de presentatie van de resultaten. Deze handelwijze leidde tot spanningen binnen het team en bij het management. De werkgever besloot daarop de werknemer als ordemaatregel voor drie maanden te schorsen.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is ongegrond.
Toelichting
De Commissie toetst of de werkgever in redelijkheid heeft mogen overgaan tot schorsing van de werknemer als ordemaatregel. Daarbij bekijkt zij of de gedragingen van de werknemer dusdanig ernstig zijn dat deze maatregel in het belang van de instelling gerechtvaardigd is. De Commissie onderkent dat de werknemer buiten haar toedoen in een complexe situatie terecht is gekomen door de positie van haar moeder als voormalig directeur. Dit neemt niet weg dat van de werknemer verwacht mag worden dat zij deze zaken kan scheiden. Hiervan was onvoldoende sprake. Gezien de ontstane spanningen op de werkvloer was een schorsing gerechtvaardigd en passend.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel