Beroep tegen schorsing als ordemaatregel ongegrond. Er was voldoende aanleiding om de werknemer te schorsen.
Samenvatting
Situatie
De werknemer is werkzaam als onderwijsassistent. Na verloop van tijd constateert de werkgever dat de werknemer zich moeizaam laat aansturen op haar functioneren en dat de werknemer geen gehoor geeft aan diverse verzoeken of aanwijzingen van de werkgever. In een gesprek met de werknemer maakt de werkgever duidelijk wat hij van haar verwacht. Omdat de situatie daarna naar de mening van de werkgever niet verbetert, ziet hij zich genoodzaakt om de werknemer te schorsen. De werknemer stelt hiertegen beroep in.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is ongegrond.
Toelichting
De werknemer is regelmatig te laat op haar werk verschenen. Ook nadat de werkgever in een gesprek de werknemer er duidelijk op gewezen heeft dat zij om half 9 op het werk aanwezig moet zijn, is zij nog verschillende keren te laat gekomen. Verder heeft de werknemer, ondanks herhaald verzoek van de werkgever daartoe, geen Verklaring Omtrent het Gedrag overgelegd. Ook is aannemelijk geworden dat de werknemer in zaken is getreden waarover zij geen zeggenschap had (zoals het niet volgen van het onderwijsprogramma en het weigeren om een les van een zieke gastdocent over te nemen). Tot slot heeft de Onderwijsinspectie in december 2022 de situatie in de klas als uiterst onveilig beoordeeld. Alles tezamen maakt dat de werkgever mocht overgaan tot het opleggen van de schorsing.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel