Beroep tegen schorsing; HBO
Samenvatting
Werknemer is ruim 20 jaar docent aan de avondopleiding en is niet geplaatst in de nieuwe organisatie van het instituut waar hij werkzaam is omdat hij niet zou passen binnen de nieuwe organisatiestructuur. Voor hem wordt ander werk binnen of buiten de hogeschool gezocht. De Commissie oordeelt dat de werknemer op non-actief is gesteld en er sprake is van een schorsingsbeslissing. De inschatting van de werkgever komt neer op een negatieve verwachting ten aanzien van het toekomstig functioneren van de werknemer. Volgens de Commissie dient een werkgever redelijkerwijze wel hele sterke aanwijzingen te hebben om een werknemer alleen op grond van een dergelijke verwachting uit zijn functie te kunnen ontheffen. De aanwijzingen die de werkgever daarvoor had, zijn het gegeven dat de werknemer niet akkoord zou zijn gegaan met het uitbrengen van een negatief plaatsingsadvies door een extern bureau, alsmede de past performance van de directeur. Volgens de Commissie kan niet gezegd worden dat de werknemer niet heeft meegewerkt aan de plaatsingsprocedure en evenmin dat het extern bureau een negatief plaatsingsadvies zou hebben uitgebracht. De past performance van de directeur roept de nodige vragen op omdat gebleken is dat de directeur ten tijde van de invulling van het formulier zelf niet op de hoogte was van de strekking ervan en het formulier op diverse punten afwijkt van het formulier dat door het extern bureau is ingevuld. De aanvullende verklaring van de directeur wordt niet gedragen door functionerings- en beoordelingsgesprekken.
De Commissie oordeelt dat de schorsing feitelijke grondslag mist, onvoldoende is gemotiveerd en de toets der redelijkheid niet kan doorstaan. Beroep gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel