Beroep tegen schorsing is gegrond. De werkgever heeft de werkneemster niet in redelijkheid kunnen schorsen.

Publicatiedatum:

Commissie: Commissie van beroep mbo

Sector: Middelbaar beroepsonderwijs

Zaaknummer: 111179

Download uitspraak (339,5 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Situatie

Tijdens het middagdeel van een medewerkersdag namen verschillende collega's, waaronder werkneemster, niet deel aan de sessie, maar zaten zij buiten in de zon een wijntje te drinken. De werkgever heeft de werkneemster daarop aangesproken. De dag erna heeft de werkgever de werkneemster meegedeeld voornemens te zijn haar te schorsen bij wijze van ordemaatregel vanwege gezagsondermijnend gedrag en signalen die daarmee te maken hebben. Zo zou de werkneemster bezig zijn met het ontslag van de leidinggevende en zou ze tegenover een stagebedrijf negatief hebben gesproken over haar leidinggevende.

Uitspraak van de Commissie

Het beroep is gegrond.

Toelichting

De gebeurtenis op de medewerkersdag is op zichzelf van onvoldoende ernst om tot schorsing over te gaan. De twee andere voorbeelden van gezagsondermijnend gedrag heeft de werkgever onvoldoende concreet gemaakt. Dit maakt dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij de werkneemster heeft geschorst en waarom een schorsing in het belang van de instelling dringend vereist was. Ook heeft de werkgever niet voldoende duidelijk gemaakt waarom de afwezigheid van de werkneemster noodzakelijk was. Er was geen sprake van een acute situatie die afwezigheid van de werkneemster noodzakelijk maakte.

Trefwoorden

schorsing werknemer als disciplinaire maatregel

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als disciplinaire maatregel