Beroep tegen schorsing onder inhouding van salaris; HBO
Samenvatting
De werknemer is per brief van 8 september door de werkgever op de hoogte gesteld van het voornemen hem te schorsen en zijn salaris in te houden, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld op 11 september mondeling verweer te voeren. De werknemer heeft zich door de zeer kort gestelde termijn niet voldoende kunnen voorbereiden op het verweer. Hij is hierdoor geschaad, in zijn door de CAO beschermd belang, om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever op voldoende wijze te worden gehoord. Schorsing met inhouding van salaris komt niet in de CAO-HBO voor, zodat de door de werkgever genomen disciplinaire maatregel in strijd is met de CAO-HBO. Ook de Hoge Raad (HR 21 maart 2003, JAR 2003/91, Van der Gulik/Vissers & Partners) heeft bepaald dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt, zodat de werkgever ook tijdens een schorsing verplicht is tot doorbetaling van loon, zelfs indien de werkgever gegronde redenen had om een werknemer te schorsen. Beroep gegrond.
Trefwoorden
plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel