Beroep tegen schorsing ongegrond, omdat daar voldoende reden voor was. Beroep tegen verlenging schorsing gegrond, omdat de werkgever de procedurele voorschriften niet heeft gevolgd.
Samenvatting
Situatie
De werknemer kampt al enige jaren met functioneringsproblemen. De werkgever heeft daarvoor de gesprekkencyclus ingezet en interventies aangeboden. Dit heeft niet geleid tot verbetering van het functioneren van de werknemer. Als na een periode van ziekte uit een leerling-enquête blijkt dat een groot deel van de leerlingen ontevreden is over de lessen van de werknemer en de werkgever kort daarop ook klachten ontvangt over de werknemer, gaat de werkgever over tot schorsing van de werknemer. Vervolgens verlengt hij die schorsing.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep tegen de eerste schorsing is ongegrond. Het beroep tegen de verlenging van de schorsing is gegrond.
Toelichting
De onderwijskwaliteit kwam in het geding door de (duur) van de functioneringsproblematiek van de werknemer. Nu de gesprekkencyclus is ingezet en dat niet resulteerde in verbetering, is het begrijpelijk dat de werkgever de werknemer niet langer wilde laten lesgeven. De werkgever wilde zich beramen of een terugkeer van de werknemer nog mogelijk was en zo ja, of een andere school dan passend zou kunnen zijn. De werkgever heeft daarom een schorsing van vier weken op mogen leggen om de vervolgstappen te bepalen. Het vervolgens verlengen van de schorsing, zonder schorsingsgrond en verweerprocedure, is daarbij wel een onzorgvuldige handelwijze van de werkgever geweest.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel