Beroep tegen schorsing voor de duur van de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ongegrond.
Samenvatting
Situatie
De werkgever ontvangt signalen van werknemers over (verbaal) grensoverschrijdend gedrag, twijfel aan de financiële integriteit en zorgen over bovenmatig alcoholgebruik van de werknemer. De werkgever laat daarop een onderzoek uitvoeren en schorst de werknemer gedurende dat onderzoek. Na afloop van de schorsingsperiode heeft de werkgever de schorsing verlengd. Vervolgens besluit de werkgever een ontbindingsprocedure te starten en schorst hij de werknemer voor de duur van die procedure.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is ongegrond.
Toelichting
Op grond van de cao kan een werknemer worden geschorst voor de duur van de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gebleken is dat de werkgever daadwerkelijk actie heeft ondernomen om tot ontbinding te komen. Gelet op het tijdsverloop tussen het schorsingsbesluit en het indienen van het ontbindingsverzoek heeft de werkgever bovendien voldoende voortvarend gehandeld. De werkgever heeft de werknemer daarom in redelijkheid kunnen schorsen.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel