Beroep tegen tussentijdse beëindiging tijdelijk dienstverband op eigen verzoek
Samenvatting
Appellant heeft zijn werkgever verzocht hem ontslag te verlenen, waarna de werkgever hem per brief van 30-01-2002 heeft ontslagen om gewichtige redenen, art H-54 onder e CAO-BVE. Bijna 3 maanden later bericht de advocaat van appellant de werkgever dat appellant het niet eens is met de inhoud van de brief van 30-01-2002. Weer 4 maanden later vinden besprekingen plaats waarna de werkgever bij brief van 29-11-2002 de gang van zaken heeft weergegeven. Tegen laatstgenoemde brief richt zich het beroep. De Commissie oordeelt het beroep niet-ontvankelijk: de brief van 29-11-2002 is geen ontslagbeslissing en het beroep is niet gericht tegen de ontslagbrief van 30-01-2002. Zelfs indien het beroep was gericht tegen de ontslagbeslissing van 30-01-2002, dan was het ook niet-ontvankelijk, enerzijds omdat er dan sprake zou zijn van niet-verschoonbare termijnoverschrijding, anderzijds omdat tegen een ontslag op eigen verzoek geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijjk.
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband