Beroep tegen tussentijdse beëindiging tijdelijk dienstverband op eigen verzoek

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 102235

Download uitspraak (124,7 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Appellant heeft zijn werkgever verzocht hem ontslag te verlenen, waarna de werkgever hem per brief van 30-01-2002 heeft ontslagen om gewichtige redenen, art H-54 onder e CAO-BVE. Bijna 3 maanden later bericht de advocaat van appellant de werkgever dat appellant het niet eens is met de inhoud van de brief van 30-01-2002. Weer 4 maanden later vinden besprekingen plaats waarna de werkgever bij brief van 29-11-2002 de gang van zaken heeft weergegeven. Tegen laatstgenoemde brief richt zich het beroep. De Commissie oordeelt het beroep niet-ontvankelijk: de brief van 29-11-2002 is geen ontslagbeslissing en het beroep is niet gericht tegen de ontslagbrief van 30-01-2002. Zelfs indien het beroep was gericht tegen de ontslagbeslissing van 30-01-2002, dan was het ook niet-ontvankelijk, enerzijds omdat er dan sprake zou zijn van niet-verschoonbare termijnoverschrijding, anderzijds omdat tegen een ontslag op eigen verzoek geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijjk.

Trefwoorden

beëindiging tijdelijk dienstverband

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

beëindiging tijdelijk dienstverband