Beroep tegen (verlengde) ordeschorsing BVE
Samenvatting
De werknemer was werkzaam als (hoofd)conciërge. Op camerabeelden is te zien dat de werknemer in een weekend plaatmateriaal en een balk meeneemt. Werkgever schorst de werknemer voor de duur van een onderzoek naar de eigendom van de meegenomen zaken, welke schorsing later verlengd is voor nader onderzoek. De werknemer wordt ontslagen wegens plichtsverzuim, subsidiair wegens verlies van vertrouwen. De ontslagbrief vermeldt dat de werknemer het vertrouwen heeft verspeeld door tegenstrijdige verklaringen af te leggen. De platen waren volgens de werknemer van hem: het betrof twee platen die hij contant heeft afgerekend en tijdelijk op school heeft opgeslagen. Volgens de werknemer was zijn direct leidinggevende op de hoogte. Aangezien er bij de werkgever twijfel gerezen was over de uitoefening van de vertrouwensaspecten van de functie en deze twijfel niet aanstonds als ongegrond kon worden aangemerkt, heeft de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling dringend vereiste dat de werknemer geschorst werd. De werkgever heeft de werknemer vervolgens medegedeeld voornemens te zijn hem vanwege plichtsverzuim te ontslaan. Op grond hiervan is de beslissing om de werknemer als ordemaatregel te schorsen in overeenstemming met de CAO. In de ontslagprocedure is niet komen vast te staan dat de twee meegenomen platen eigendom van de werkgever waren. Evenmin is vastgesteld dat de werknemer tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Feiten zijn deels niet komen vast te staan en voor zover zij zijn komen vast te staan leiden zij niet tot de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim of gewichtige reden. Beroepen tegen opgelegde schorsingen ongegrond. Beroep tegen ontslag gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel