Beroep tegen verlenging van de schorsing gegrond. De werkgever heeft onvoldoende voortvarend gehandeld en zich niet gehouden aan het tijdpad dat hij zelf in het besluit had opgenomen.
Samenvatting
Situatie
De werknemer is directeur van de school. De werkgever ontvangt signalen van werknemers over (verbaal) grensoverschrijdend gedrag, twijfel aan de financiële integriteit en zorgen over bovenmatig alcoholgebruik. De werkgever besluit een extern onderzoek te laten uitvoeren. Om het onderzoek ongestoord te kunnen laten plaatsvinden, wordt de werknemer geschorst. Na afloop van deze periode heeft de werkgever de schorsing verlengd.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
Het beroep tegen de eerdere schorsing is ongegrond verklaard. De verlenging van de schorsing wordt ook begrijpelijk geacht. Echter, de werkgever heeft in dat kader niet voortvarend gehandeld en zijn eigen tijdpad niet gevolgd. Op het moment dat het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen (december 2025), was het onderzoekrapport net verschenen. De werkgever heeft op basis van dat rapport geconcludeerd dat hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer wilde beëindigen. Hij heeft de werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden en aangegeven dat hij een ontbindingsverzoek zou gaan voorbereiden als werknemer die vaststellingsovereenkomst niet zou aanvaarden. In het schorsingsbesluit heeft de werkgever dan ook opgenomen dat de schorsing naar verwachting ruim voor 26 februari 2026 zou eindigen. Desondanks heeft de werkgever pas op 19 maart 2026 een ontbindingsverzoek ingediend.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel