Beroepen (4) tegen rddf-plaatsing; PO
Samenvatting
Op grond van art. 2.8 lid 1 CAO-PO dient de beslissing van de werkgever om een werknemer in het rddf te plaatsen gemotiveerd en schriftelijk, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk vóór de zomervakantie, aan de werknemer te worden medegedeeld. De bestreden beslissing is verzonden op de dag dat de zomervakantie in de desbetreffende regio aanving. Voordien is de rddf-plaatsing niet met de werknemer besproken. Aan de rddf-plaatsing ligt ook geen door de MR goedgekeurd formatieplan ten grondslag; strijd met artikel 2.7 CAO PO. Het financieel zwaar weer waarmee de werkgever heeft te kampen was bij het opstellen van het concept-bestuursformatieplan in april reeds bekend en kan derhalve niet als zwaarwegende reden worden opgevoerd. De Commissie is niet overtuigd van de juistheid van de in de financiële analyse opgenomen gegevens m.b.t. leerlingenaantallen en de slechte financiële situatie. De door de werkgever gehanteerde afvloeiingslijst is onvoldoende duidelijk: de daarin vermelde datum indiensttreding komt in veel gevallen niet overeen met de diensttijd van de werknemer en een schoolassistent die volgens het verweerschrift in het rddf is geplaatst, komt op deze lijst niet voor. Dit heeft tot gevolg dat de Commissie zich inhoudelijk geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de onderhavige rddf-plaatsingen. Beroepen gegrond.
Trefwoorden
rddf-plaatsing
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
rddf-plaatsing