Beroepen tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
Samenvatting
Werknemer is geschorst bij wijze van ordemaatregel; die schoring is verlengd. Het beroep is gericht tegen beide beslissingen. Werknemer is sinds 1992 in dienst geweest. Na een reorganisatie volgde een aantal onvoldoende beoordelingen en werd tevergeefs mediation beproefd. Werkgever concludeerde dat hervatting niet mogelijk zou zijn en heeft werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid een schorsing als ordemaatregel opgelegd en deze schorsing verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
De Commissie dient ingevolge art. P-1 lid 4 CAO HBO te beoordelen of het belang van de werkgever vereiste dat de werknemer geschorst werd en bleef. Van belang is dat de werknemer reeds gedurende langere tijd voorafgaand aan de schorsing feitelijk geen werkzaamheden meer verrichtte. De werkgever heeft na twee mislukte mediations en een lange periode van afwezigheid van de werknemer in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling niet gediend zou zijn met hervatting van de werkzaamheden. Beroepen ongegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel