Beschikking Ondernemingskamer inzake beroep tegen uitspraak LCG WMS in adviesgeschil over sluiting school

Publicatiedatum:

Sector: Voortgezet onderwijs

Samenvatting

Op 3 mei 2024 deed de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) uitspraak in een  adviesgeschil over de sluiting van een school (zaaknummer 62307). De Commissie oordeelde dat het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen om de school te sluiten. Voordat het bevoegd gezag de MR om advies vroeg, werden ouders en personeel al geïnformeerd over de sluiting en verrichtte het bevoegd gezag allerlei handelingen die waren gericht op definitieve sluiting van de school. Het advies van de MR kon daarom niet meer van wezenlijke invloed zijn en daarmee zijn de belangen van de MR ernstig geschaad. Naast dit procedurele gebrek oordeelde de Commissie dat ook  geen goede belangenafweging had plaatsgevonden. Het besluit kon volgens de Commissie niet in stand blijven.

Tegen de uitspraak van de LCG WMS is hoger beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer (OK). De Ondernemingskamer verklaarde op 23 mei 2024 het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de LCG WMS. De OK stelt vast dat de stichting ‘de medezeggenschap zeldzaam fundamenteel heeft veronachtzaamd’ door niet tijdig advies te vragen aan de MR over de voorgenomen sluiting van de school. Maar volgens de Ondernemingskamer dient toch een inhoudelijke beoordeling van het opheffingsbesluit plaats te vinden. De Ondernemingskamer is van oordeel dat het bevoegd gezag bij de afweging van de belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en vernietigt de uitspraak van de LCG WMS.  De school mag dus per 1 augustus 2024 gesloten worden.

Toelichting

Uitspraak LCG WMS

De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) verplicht het bevoegd gezag om advies aan de MR te vragen bij een besluit tot sluiting van de school op een zodanig tijdstip, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Dat is niet gebeurd. Alleen al hierdoor heeft het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen.
Verder stelt de LCG WMS dat een sluiting van de school waarschijnlijk niet meer te vermijden is. Maar het bevoegd gezag heeft volgens de Commissie niet in redelijkheid kunnen besluiten om die sluiting al per 1 augustus 2024 te laten plaatsvinden. Door de korte termijn die nog resteert tot aan de sluiting zijn er grote negatieve gevolgen voor leerlingen en personeel. Niet is gebleken dat de belangen op een zorgvuldige manier zijn afgewogen bij het besluit om de school per 1 augustus 2024 te sluiten.

Oordeel Ondernemingskamer

Volgens de Ondernemingskamer heeft het bevoegd gezag de verplichtingen die voortvloeien uit de Wms om de MR tijdig advies te vragen over de voorgenomen sluiting van de school, totaal genegeerd. Ook na de constatering dat de MR om advies gevraagd had moeten worden, is geen noemenswaardige poging meer gedaan om het medezeggenschapstraject te herstellen. Integendeel, het bevoegd gezag heeft juist verdere uitvoering aan dat voorgenomen besluit gegeven, bijvoorbeeld in de uitingen naar ouders en leerkrachten.
Hoe ernstig de Ondernemingskamer dit ook vindt, er dient alsnog een inhoudelijke beoordeling plaats te vinden van het geschil. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de argumenten van bevoegd gezag het opheffingsbesluit kunnen dragen, ook afgewogen tegen de door de MR aangevoerde belangen. Het bevoegd gezag heeft in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen. Het besluit om de school per 1 augustus 2024 te sluiten kan in stand blijven.

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen