Beslissing op bezwaar tegen niet ontvankelijkverklaring; PO
Samenvatting
De meeste klachtonderdelen hebben zich meer dan een jaar voor het indienen van de klacht afgespeeld waardoor er sprake is van verjaring en de klacht niet-ontvankelijk is. De behandelend voorzitter heeft geoordeeld dat de overschrijding van de verjaringstermijn niet verschoonbaar is. Voorts oordeelde hij dat, mocht er al van een doorlopend proces sprake zijn (hetgeen tot ontvankelijkheid van de klacht zou kunnen leiden), de klacht niet binnen een redelijke termijn, is ingediend.
Klaagster stelt hiertegen bezwaar in en voert aan dat de gehanteerde termijn niet in overeenstemming is met de verjaringstermijnen, genoemd in artikel 3:310 Burgerlijk Wetboek (BW) en dat er sprake is van een doorlopend proces. Het door de behandelend voorzitter gehanteerde criterium "binnen een redelijke termijn" is niet in het Reglement LKC opgenomen.
De Voorzitter overweegt dat op het indienen van klachten bij de LKC niet de verjarings- en vervaltermijnen van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, maar de bepalingen van het Reglement van de LKC. Het is juist dat indien er sprake is van een doorlopend proces, ook verjaarde klachtonderdelen in behandeling kunnen worden genomen. De Voorzitter ziet hiertoe in de onderhavige zaak geen aanleiding, omdat de klachtonderdelen duidelijk van elkaar zijn te scheiden. Zij lenen zich voor afzonderlijke behandeling. Er is ten slotte geen sprake van een naar objectieve maatstaven zodanig ernstige klacht dat overschrijding van de verjaringstermijn gerechtvaardigd is. Bezwaar ongegrond.
Trefwoorden
niet-ontvankelijk
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
niet-ontvankelijk