Bezwaar tegen waardering als conciërge met maximumschaal 4
Samenvatting
De werknemer bepleit waardering van zijn functie als de - niet op de instelling ingevoerde - functie van technisch medewerker omdat hij vanaf oktober 1999 geen conciërgewerkzaamheden meer verricht maar bouw- en technische werkzaamheden. In deze werkzaamheden functioneert hij met een grote mate van zelfstandigheid en stuurt hij collega's aan. De Commissie stelt vast dat de functie van conciërge volgens die functiebeschrijving een aantal hoofdtaken kent, te weten: het zorgdragen voor de orde en veiligheid binnen en buiten de gebouwen, het verrichten van bode- en portiersdiensten, het verrichten van onderhoud- en reparatiewerkzaamheden, het beheren van de toegewezen voorraden en hulpmiddelen en het verrichten van overige werkzaamheden. Gebleken is dat de werknemer, nadat hij in het kader van taakdifferentiatie het functieprofiel van centrale conciërge ging vervullen, louter met bouw- en technische werkzaamheden is belast. Deze werkzaamheden komen naar het oordeel van de Commissie niet overeen met de onderhoud- en reparatiewerkzaamheden zoals deze in de beschrijving van de conciërgefunctie zijn opgenomen. De Commissie oordeelt dat de functiebeschrijving van conciërge niet passend is in relatie tot de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden.
Bezwaar gegrond.
Trefwoorden
functiewaardering
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
functiewaardering