De cao mbo is niet goed toegepast, omdat de werkverdeling is vastgesteld zonder eerst het team in de gelegenheid te stellen een voorstel te doen en omdat het inzetbaarheidskader niet juist is ingevuld. Het overgangsrecht rond de BAPO is juist toegepast.
Samenvatting
Situatie
De werkgever verdeelt de werkzaamheden binnen het team volgens een van de cao mbo afwijkende systematiek. Hij doet dit omdat de ontwikkeling van de teams nog niet is voldragen. De werknemer is het hier niet mee eens.
Uitspraak van de Commissie
De werkgever past artikel 3.3 en 3.4 cao mbo niet juist toe door de leidinggevende de werkverdeling te laten vaststellen zonder dat eerst het team in de gelegenheid is gesteld tot een voorstel voor werkverdeling te komen. Ook geeft hij een onjuiste invulling aan het inzetbaarheidskader. De werkgever heeft het overgangsrecht rond de BAPO juist toegepast.
Toelichting
De werkgever heeft erkend dat hij bij de taakverdeling niet volgens artikel 3.4 cao mbo handelt. Dit komt volgens hem omdat de ontwikkeling van de teams in de kinderschoenen staat. Hierin kan geen reden liggen voor het niet handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4 cao mbo. Bovendien heeft de werkgever niet inzichtelijk gemaakt hoe en op welke termijn de cao wel nageleefd zal worden. Voor het onderbrengen van bepaalde activiteiten onder organisatie en ontwikkeling is geen aanleiding.
Trefwoorden
toepassing cao
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
toepassing cao