De instelling heeft in redelijkheid kunnen besluiten de student vanwege betrokkenheid bij een vechtpartij te schorsen.
Samenvatting
Situatie
Een mbo-student raakt aan het begin van het studiejaar betrokken bij een vechtpartij. Bij dit incident heeft hij onder meer met een stoel gegooid. Vanwege het aandeel van de student bij deze vechtpartij besluit de instelling de student te schorsen. De student maakt bezwaar tegen de schorsing. Hij stelt dat hij niet het initiatief nam voor de vechtpartij en uit zelfverdediging handelde. Bovendien is de duur van de schorsing onredelijk en heeft de instelling onzorgvuldig gehandeld door de student die de vechtpartij begon geen schorsing op te leggen.
Advies van de Commissie
De Commissie adviseert het instellingsbestuur om het bezwaar van de student tegen de schorsing ongegrond te verklaren.
Toelichting
De Commissie toetst of de instelling in redelijkheid tot de schorsing heeft kunnen besluiten of daarbij de procedurele regels zijn gevolgd en of de schorsing in verhouding staat tot het doel van de maatregel. Het staat vast dat de student onder meer met een stoel heeft gegooid en een aandeel had in de vechtpartij. Hierdoor heeft hij de regels uit het Studentenstatuut geschonden, waarvoor een schorsing kan worden opgelegd. Dat de student geen initiatief nam tot het incident, neemt niet weg dat hij anders had kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Een schorsing van 2 weken valt binnen de beleidsvrijheid van de instelling. Wel had de communicatie vanuit de instelling rond de schorsing zorgvuldiger gekund. Het had in de rede gelegen om de student te horen over de vechtpartij en de schorsingsmaatregel.
Trefwoorden
optreden tegen leerling, schorsing leerling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
optreden tegen leerling, schorsing leerling