Geschil over beëindiging overuren; BVE
Samenvatting
Sinds 2000 verrichtte de werknemer op basis van een jaarlijks verlengde tijdelijke benoeming werkzaamheden in overuren. Dit kwam per 1 augustus 2008 te vervallen. Werknemer stelt dat de tijdelijke uitbreidingen niet plotsklaps door de werkgever mochten worden beëindigd. De werkgever stelt dat in het kader van de uitvoering van een Sociaal Plan instellingsbreed is afgesproken alle tijdelijke benoemingen alsmede de overuren te beëindigen. Artikel H-23 CAO-BVE dient te worden aangemerkt als een afwijking van artikel 7:668a lid 1 en 2 BW, welke afwijking op grond van artikel 7:668a lid 5 BW is toegelaten. Derhalve staat vast dat de uitbreiding van het dienstverband met overuren steeds tijdelijk is geweest en telkens na afloop van de overeengekomen periode van rechtswege eindigde. Voorts is er geen rechtsregel op grond waarvan de werkgever bij het van rechtswege eindigen van de uitbreiding aan de werknemer een vergoeding zou dienen toe te kennen. Derhalve heeft de werkgever in redelijkheid toepassing kunnen geven aan artikel H-23 CAO-BVE door geen nieuwe overuren aan te bieden zonder financiële compensatie.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen