Geschil over toepassing van artikel 14.3 cao mbo. De Commissie is onbevoegd om het verzoek te behandelen, omdat verzoeker geen werknemer meer is in de zin van de cao mbo.
Samenvatting
Situatie
De arbeidsovereenkomst van verzoeker met de mbo-instelling is middels een vaststellingsovereenkomst beëindigd. Verzoeker maakt aanspraak op een werkloosheidsuitkering. De mbo-instelling schakelt vervolgens een bureau in om de re-integratie van verzoeker te verzorgen. Volgens verzoeker voldoet het re-integratiebureau niet aan artikel 14.3 cao mbo en heeft hij de mbo-instelling daar ook meermaals op gewezen, maar houdt de mbo-instelling vast aan betreffend bureau.
Uitspraak van de Voorzitter
De Commissie is onbevoegd het verzoek te behandelen.
Toelichting
De cao mbo is alleen van toepassing op werknemers die een arbeidsovereenkomst met de werkgever hebben. Verzoeker heeft geen arbeidsovereenkomst meer met de mbo-instelling en is dus geen werknemer. Daarom kan hij geen beroep doen op bepalingen uit de cao mbo. Uit artikel 12.4 lid 1 cao mbo volgt dat alleen een werknemer, die een geschil heeft met zijn werkgever over de toepassing van de cao, een geschil kan voorleggen aan de Commissie. Verzoeker is echter geen werknemer meer. Daarom is de Commissie onbevoegd het verzoek te behandelen.
Trefwoorden
toepassing cao, vereenvoudigde behandeling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
toepassing cao, vereenvoudigde behandeling