Geschil toepassing art. I-12a CAO-BVE 2001-2002
Samenvatting
De werkneemster is van oordeel dat de werkgever bij de toepassing van artikel I-12a onvoldoende rekening heeft gehouden met haar betaalde ervaring. Als uitgangspunt kan worden genomen dat de opleiding van de docent wordt afgerond op zijn of haar 23 jarige leeftijd, waarna in de regel relevant werk in het onderwijs wordt aanvaard. Nu de werkneemster veertien jaar later dan gebruikelijk als docent werkzaam is geworden in het onderwijs en na zijn indiensttreding geen extra periodieken heeft ontvangen, heeft zij op 01-08-2001 een salarisachterstand van veertien jaar opgelopen. De door werkneemster opgevoerde betaalde ervaring als doktersassistente en polikliniekassistente welke is opgedaan in de periode tot het aanvaarden van haar dienstverband bij de werkgever heeft geen raakvlakken met een onderwijsfunctie en is niet van een zodanige relevantie dat dit reden geeft tot een hogere waardering. De Commissie acht het, analoog aan artikel I-23 CAO-BVE 2001-2202, redelijk voor elke periode van vier jaar een periodiek toe te kennen, hetgeen in dit geval drie periodieken oplevert. Deze drie periodieken dienen op grond van artikel I-12a lid 4 CAO-BVE echter niet te worden opgeteld bij het minimumloon maar wel binnen het geldende carrièrepatroon per 01-08-2001 verstrekt te worden.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen