Geschil toepassing tijdelijke art. I-12a CAO-BVE
Samenvatting
De werkneemster is van oordeel dat de werkgever bij de toepassing van artikel I-12a onvoldoende rekening heeft gehouden met haar (on)betaalde ervaring. Als uitgangspunt kan worden genomen dat in de regel de docent onmiddellijk na het afronden van de opleiding relevant werk in het onderwijs aanvaardt. De werkneemster is echter twee jaar later gaan werken in het onderwijs en heeft een onderbreking van haar dienstverband gekend van twee jaar. Derhalve heeft zij een salarisachterstand van vier jaar. De Commissie acht het, analoog aan artikel I-23 CAO-BVE 2001-2202, redelijk voor elke periode van vier jaar een periodiek toe te kennen, hetgeen in dit geval één periodiek oplevert. De Commissie oordeelt dat de door de werkneemster opgevoerde ervaring geen reden geeft tot een hogere waardering. Dit sluit echter niet uit dat de werkgever ook andere ervaring mee kan wegen, zoals hij heeft gedaan. Dit het geval zijnde is de Commissie is van oordeel, dat de werkgever met de waardering van de salarisachterstand met twee periodieken tot een passend resultaat is gekomen. De werkgever heeft art. I-12a CAO-BVE juist toegepast.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen