Geschil toepassing van artikel I-12a CAO-BVE
Samenvatting
De werkgever heeft voor de toepassing van artikel I-12a slechts de periode meegeteld waarin de werkneemster geen dienstverband had en zorg droeg voor haar kinderen, zij het totdat deze de leeftijd van 12 jaar hadden bereikt. De werkgever heeft deze periode gesteld op 13,3 jaar.
Voor deze uitleg van de tekst is noch in de systematiek, noch in de strekking of totstandkoming van deze bepaling, steun te vinden. Een redelijke, met het doel en de strekking overeenkomende, toepassing van artikel I-12a CAO-BVE brengt met zich dat alle tijd welke is gelegen tussen het tijdstip waarop in de regel de opleiding wordt afgerond c.q. een onderwijskwalificatie wordt behaald en de eerste indiensttreding in het onderwijs alsmede alle tijd welke is gelegen tussen vervulde dienstverbanden in het onderwijs, door de werkgever wordt gewogen.
De werkneemster heeft haar opleiding afgerond in 1979 en is in dienst getreden bij de werkgever in het jaar 2001. Derhalve dient een periode van 22 jaar door de werkgever te worden gewogen. Van deze 22 jaar dienen de bij de inschaling reeds meegewogen twee jaren waarin een onderwijsbetrekking is vervuld, afgetrokken te worden zodat een periode van twintig jaar resteert. De Commissie acht het redelijk voor elke periode van vier jaar een periodiek aan de werkneemster toe te kennen, hetgeen in haar geval vijf periodieken oplevert.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen