Geschil uitoefening trekkingsrecht; VO

Publicatiedatum:

Commissie: Bezwarencommissie CAO-VO

Zaaknummer: 104174

Download uitspraak (35,1 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

De werknemer heeft gevraagd of hij zijn volledige trekkingsrecht (artikel 7.2 CAO VO 2008-2010) in de vorm van een vermindering van zijn lestaak  in één periode, bijvoorbeeld een week, kon laten vallen. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de leraar, die kiest voor vermindering van zijn lestaak, zelf kan bepalen in welke periode die vermindering verwezenlijkt wordt en in welke periode hij de vervangende taken zal verrichten. Gelet op de bewoordingen in de CAO staat het de leraar in beginsel vrij om, naast het aangeven welke werkzaamheden hij door andere werkzaamheden wenst te vervangen, aan te geven in welke periode hij  het trekkingsrecht wil effectueren. Doel van de regeling is immers dat de individueel ervaren werkdruk verminderd wordt. Gelet op het individuele recht van de werknemer kan de werkgever slechts op grond van zwaarwegende  redenen die verband houden met de organisatie van de school en het onderwijs, weigeren aan de uitgesproken keuze van de werknemer tegemoet te komen. Omdat werknemer heeft geopteerd voor uitbetaling en niet duidelijk heeft aangegeven hoe hij het trekkingsrecht anders had willen uitoefenen is hij niet belemmerd in die uitoefening.

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen