Het bezwaar tegen de ingangsdatum van het functiewaarderingsbesluit is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de verplichte interne procedure bij de werkgever niet is gevoerd.
Samenvatting
Situatie
De werkgever heeft de functie van bezwaarde met ingang van 1 augustus 2024 gewaardeerd van schaal 7 naar schaal 8. De beslissing is volgens bezwaarde onjuist, omdat op grond van de door haar uitgevoerde werkzaamheden niet 1 augustus 2024, maar 1 maart 2023 dient te gelden als ingangsdatum. De werknemer heeft eerst intern bezwaar gemaakt bij de werkgever, zoals de cao hbo dat vereist. De werkgever blijkt niet tot behandeling van dat bezwaar over te gaan. Bezwaarde richt zich vervolgens tot de Commissie.
Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar is kennelijk niet-ontvankelijk.
Toelichting
De werknemer heeft niet de verplichte interne procedure van artikel 4 uit Bijlage V van de cao hbo doorlopen. Het bezwaarschrift maakt duidelijk dat de werkgever niet overgaat tot het in behandeling nemen van het interne bezwaar door zijn lokale commissie. Het is niet aan de Commissie om de cao hbo op het punt van de verplichte interne procedure van artikel 4 uit Bijlage V niet toe te passen. Evenmin kan de Commissie de werkgever dwingen tot nakoming van de cao hbo. Daarvoor bestaan andere rechtsmiddelen. Gelet hierop hanteert de Commissie als constante werkwijze dat zij een bezwaarschrift, waarbij de bij cao hbo voorgeschreven interne bezwaarprocedure niet is gevolgd, niet inhoudelijk behandelt. De Commissie heeft de werkgever in november 2024 al gewezen op het ontbreken van de lokale commissie voor de behandeling van bezwaren in het kader van functieordenen.
Trefwoorden
functiewaardering, niet-ontvankelijk, vereenvoudigde behandeling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
functiewaardering, niet-ontvankelijk, vereenvoudigde behandeling