Instemmingsgeschil begroting School HBO
Samenvatting
De deelraad heeft geweigerd in te stemmen met de begroting 2008-2009 omdat hij het niet eens is met het in de begroting uitgewerkte taakbelastingsbeleid, bezwaren heeft tegen het ontbreken van een personeelsplan en over onvoldoende informatie beschikt. De Commissie stelt vast dat het overleg tussen partijen zijn gebreken heeft gehad; beide partijen zullen daarin een rol hebben gespeeld. Een arbeidsconflict met de voorzitter van de SMR is daarbij in grote mate een complicerende factor. De deelraad heeft zijn instemming mede onthouden vanwege het taakbeleid van de school zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd en de wijze waarop vorm en uitvoering werd gegeven aan de door het College van Bestuur opgelegde bezuiniging. De Commissie stelt vast dat deze twee onderwerpen vallen onder het instemmingsrecht t.a.v. taakbelastingsbeleid en het personeelsplan. Niet gebleken is dat in de begroting een onlangs vast- of voorgesteld taakbeleid is verwerkt. Indien de deelraad meent dat de directeur ten onrechte geen taakbelastingsbeleid of personeelsplan ter instemming aan hem voorlegt, is de juiste weg hierover bij de kantonrechter naleving van de wet als bedoeld in artikel 10.33 WHW af te dwingen. De (deel)raad heeft dat niet gedaan, terwijl dit bezwaar wel reeds langere tijd speelt en hij zich kennelijk niet kan verenigen met de werkwijze van de School. M.b.t. het ontbreken van een personeelsplan en met name de wijze waarop gekomen is tot een aantal functiegroepen in het kader van het vaststellen van boventalligheid, merkt de Commissie op dat het beleid inzake boventalligheid is vormgegeven en vastgesteld in het overleg tussen College van Bestuur en vakorganisaties. Hoewel het de Commissie bevreemdt dat niet met een indeling van vergelijkbare functies en leeftijdscohorten gewerkt is (conform de op bestuursniveau vastgestelde regelingen), geldt ook hier dat niet de instemmingsprocedure met betrekking tot de begroting de geëigende weg is om deze kwestie aan de orde te stellen. Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de verhoudingen tussen partijen dermate zijn verstoord dat van reële medezeggenschap geen sprake is geweest. Nu niet gebleken is dat het compleet spaak gelopen overleg - en dus de kwaliteit van de wederzijdse informatie uitwisseling - tussen partijen in overwegende mate aan de directeur dan wel de deelraad te verwijten is en daarenboven het begrotingsjaar bijna voorbij is, meent de Commissie dat het risico hiervan thans niet eenzijdig bij het College van Bestuur/de directeur kan worden neergelegd in die zin dat zou moeten worden geconcludeerd dat het College van Bestuur/de directeur niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. De Commissie concludeert dat onder de gegeven omstandigheden geoordeeld moet worden dat het instellingsbestuur bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgestelde begroting heeft kunnen komen.
Trefwoorden
instemmingsgeschil
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
instemmingsgeschil