Instemmingsgeschil heroverwogen functiebouwwerk VO
Samenvatting
De PGMR heeft geweigerd in te stemmen met de invulling van het functiebouwwerk vanwege de daarin opgenomen functies van de centrale directie (CD). In haar uitspraak van 24-07-2006 (103195) heeft de Commissie uitgesproken dat de werkgever bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het voorgestelde functiebouwwerk heeft kunnen komen en de PGMR terecht zijn instemming heeft onthouden. Na de uitspraak van de Commissie heeft de werkgever besloten zijn besluit te handhaven en een onderzoeksopdracht aan een adviesbureau gegeven. Dat bureau heeft het onderzoek beperkt tot de procedure van de externe functiewaarderingsadviseur van de werkgever. Alleen kijken naar de procedure is onvoldoende om te beoordelen of de daarop gebaseerde conclusie redelijk is. Niet het advies van de externe deskundige maar het besluit van de werkgever moet de redelijkheidtoets kunnen doorstaan. Er is een discrepantie tussen het besturingsmodel en bestuurs- en directiereglement van begin 2005 en de voorgelegde functiebeschrijvingen. Die discrepantie houdt volgens de werkgever verband met het feit dat de feitelijke werkzaamheden als uitgangspunt zijn genomen. De Commissie oordeelt dat het op de weg van de werkgever lig ervoor zorg te dragen dat de feitelijke aansturing vanuit bestuur en management aansluit op hetgeen daarover met inachtneming van de medezeggenschap is vastgesteld.
De Commissie oordeelt dat de werkgever bij afweging van de betrokken belangen en rekening houdend met de omstandigheden van het geval niet in redelijkheid tot de heroverwogen voorgestelde invulling van de CD in het functiebouwwerk heeft kunnen komen en de PGMR daaraan terecht instemming heeft onthouden.
Trefwoorden
instemmingsgeschil
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
instemmingsgeschil