Instemmingsgeschil jaartaakbelastingsbeleid docenten HBO
Samenvatting
Aan de faculteit Muziek en Dans geldt een gegroeide praktijk dat docenten met een volledige betrekking 29 lessen van 50 minuten geven. In verband met de financiële situatie ziet het College van Bestuur zich genoodzaakt in te grijpen in de personele kosten. Tussen het College van bestuur en de Deelraad is overleg gevoerd over een nieuw jaartaakbeleid en partijen waren op vele punten tot elkaar gekomen. Het laatste voorstel van het College van Bestuur over de resterende punten van verschil, is door de Deelraad afgewezen. De MR voert aan dat er bij gebrek aan instemming geen overeenstemming is voor het hele jaartaakbeleid is. De Commissie overweegt dat de stelling van de MR juridisch juist is maar dat de Commissie bij haar oordeel over de vraag of het voorstel redelijk is, wel kan betrekken het gegeven dat partijen in het overleg op onderdelen tot elkaar gekomen waren. Een onderdeel van een voorstel dat in overeenstemming met de MR tot stand is gekomen, kan in beginsel niet als onredelijk worden aangemerkt. De Deelraad heeft intensief overleg met het College van Bestuur gevoerd en is met complete voorstellen voor een nieuw taakbeleid gekomen zonder daarbij aan te dringen op onderzoek zodat het standpunt van de MR, dat zonder gedegen onderzoek geen sprake kan zijn van een redelijk voorstel, niet overtuigend is. In plaats van een onderzoek vooraf, kiest het College van Bestuur ervoor om het nieuwe beleid na de implementatie te evalueren, hetgeen de Commissie, gelet op de financiële noodzaak, niet onredelijk acht . De MR heeft de inhoud van het voorstel tegenover de Commissie niet gemotiveerd bestreden anders dan een totale afwijzing ervan bij gebrek aan onderzoek. Ook is de Commissie niet bekend om welke redenen het laatste voorstel van het College van Bestuur over de resterende punten van verschil, is afgewezen. De onderdelen van het voorstel waarover partijen overeenstemming hadden bereikt, kunnen de redelijkheidstoets doorstaan. Wat betreft het voorstel met betrekking tot de punten van verschil, oordeelt de Commissie de uren voor deskundigheidsbevordering (10% van de lesuren) redelijk aangezien deze boven de CAO-norm uitstijgen. Voorts acht de Commissie aannemelijk dat verdere verhoging van de opslagfactoren financieel en organisatorisch onaanvaardbaar is. Dat het 2de fase onderwijs een hogere opslagfactor vereist, is niet aannemelijk gemaakt. Ook is niet gebleken dat het voorstel voor wat betreft het aantal lesweken niet zou aansluiten op de praktijk. Het voorstel houdt bovendien in dat het nieuwe beleid zal worden geëvalueerd door een externe Commissie. Het College van Bestuur heeft toegezegd het advies van die commissie als zwaarwegend aan te merken. Een toezegging van het College van Bestuur, zich op voorhand te zullen neerleggen bij het advies, zoals door de MR gewenst, staat op gespannen voet met de eindverantwoordelijkheid van het College van Bestuur. Het instellingsbestuur heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen.
Trefwoorden
instemmingsgeschil, taakbelasting/taakbelastingsbeleid
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
instemmingsgeschil, taakbelasting/taakbelastingsbeleid