Instemmingsgeschil regeling gevolgen opheffing scholen voor ouders/leerlingen PO
Samenvatting
Het bevoegd gezag van drie islamitische scholen heeft besloten twee scholen per 1 augustus 2007 te sluiten. De sluiting van de derde school per 1 augustus 2007 is een feit vanwege stopzetting van de subsidie als gevolg van leegloop. Voor de leerlingen is een regeling getroffen voor inschrijving aan andere scholen via een inschrijvingsformulier dat speciaal voor deze leerlingen bestemd is. Met de scholen in de gemeente is afgesproken dat zij zullen meewerken. De oudergeleding GMR weigerde in te stemmen omdat de scholen zouden moeten worden overgenomen door een islamitisch schoolbestuur. De Commissie overweegt dat dit argument primair het besluit tot opheffing van de scholen betreft, welk besluit voor de Commissie een gegeven is dat haar thans niet ter beoordeling staat. Het argument dat het bevoegd gezag zou dienen mee te werken aan een regeling waarbij de huidige schoolgebouwen bestemd worden als dependances van een andere islamitische school, betreft wel de gevolgen van de opheffing van de scholen voor zover daarmee bedoeld wordt dat het bevoegd gezag zich dient in te spannen dat na de opheffing van de scholen de gebouwen de bedoelde dependances worden. Deze door de ouders voorgestane oplossing ligt in de bevoegdhedensfeer van de desbetreffende islamitische school en de gemeente. Nu de staatssecretaris van mening is dat de desbetreffende school niet voldoet aan de door haar gestelde randvoorwaarden waaraan een overnamekandidaat dient te voldoen, kan naar het oordeel van de Commissie redelijkerwijze niet van het bevoegd gezag gevergd worden dat het een regeling voorstelt die er in feite op neer komt dat de scholen opgaan in die school. Niettemin kan de Commissie er enig begrip voor opbrengen dat de oudergeleding van de GMR, gelet op het hevige verzet van de ouders tegen de sluiting van de scholen, er niet voor heeft kunnen kiezen formeel in te stemmen met de voorgestelde regeling die een rechtstreeks uitvloeisel is van de omstreden sluiting. Maar als dit voor de Commissie al reden zou zijn om te oordelen dat de oudergeleding in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen, zijn er voldoende zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. De sluiting per 1 augustus 2007 is immers een feit omdat er geen haalbare alternatieven zijn: er is geen geschikte overnamekandidaat gevonden en uit het financieel rapport van KPMG blijkt dat een doorstart van de scholen zou leiden tot faillissement. De regeling die de herplaatsing van de SIBA-leerlingen onder deze omstandigheden structureert, is daarom passend. Tegen de voorgestelde regeling als zodanig zijn, behoudens het hierboven behandelde argument met betrekking tot de bestemming van de gebouwen als dependances voor een andere islamitische school, door de oudergeleding GMR geen bezwaren ingebracht. De Commissie stelt bindend vast dat het bevoegd gezag het voorgenomen besluit tot regeling van de gevolgen voor ouders en leerlingen mag omzetten in een definitief besluit.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen