Instemmingsgeschil verbod gezichtssluier in deelnemersstatuut ROC
Samenvatting
De MR heeft geweigerd in te stemmen met een voorgenomen wijziging van het deelnemersstatuut, inhoudende de opname van een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding binnen het ROC. De MR wenst een gebodsbepaling op passend kledinggedrag. De Commissie overweegt dat het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling dat een verbod op het dragen van de nikaab binnen het ROC geen verboden indirect onderscheid naar godsdienst oplevert, niet automatisch met zich brengt dat het voorgenomen besluit de toets van art. 20 lid 3 WMO kan doorstaan. Voor de redelijkheidstoets van de Commissie is niet alleen de gelijkebehandelings- wetgeving van belang maar dienen alle betrokken belangen te worden meegewogen, waaronder de argumenten van de MR. Op grond van onder meer het verhandelde ter zitting is de Commissie gebleken dat tussen bevoegd gezag en MR een wezenlijk verschil van inzicht bestaat over het dragen van een gezichtsbedekkende sluier binnen het ROC: het bevoegd gezag wenst een algeheel verbod binnen het ROC terwijl de MR vindt dat wanneer het dragen van een nikaab in een individueel geval een probleem oplevert, dit via de dialoog dient te worden opgelost. Criterium dient dan te zijn de passendheid bij het beroep waarvoor de desbetreffende deelnemer in opleiding is. De Commissie is van oordeel dat dit criterium geen of onvoldoende rekening houdt met het belang van het ROC, zijn personeel en deelnemers, dat wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder aan het ROC goed onderwijs kan worden verzorgd. Onder die voorwaarden behoren een open communicatie en een veilig schoolklimaat. Belemmering in de communicatie heeft zijn weerslag op de in het onderwijs noodzakelijke interactie tussen docenten en deelnemers en tussen deelnemers onderling. Voorts acht de Commissie het van belang dat binnen het ROC op alle plaatsen eenvoudig kan worden vastgesteld dat een bepaald persoon deelnemer van het ROC is. Een verbod is duidelijk en voorkomt dat de rust binnen het ROC en dus het onderwijsleerproces telkens opnieuw worden verstoord door discussies over de vraag óf de gezichtssluier in een bepaald geval een probleem vormt en wat in dat geval passend kledinggedrag is. De Commissie acht een verbod niet disproportioneel. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen