Interpretatiegeschil artikel 20.4 CAO-VO (faciliteiten P(G)MR); VO
Samenvatting
De werkgever en de personeelsgelding van de CMR hebben in 2005 een faciliteitenregeling afgesproken voor onbeperkte duur. Op deze onbeperkte duur is voor één school door een afspraak tussen partijen voor het schooljaar 2008-2009 een afwijkende regeling overeengekomen. De vraag ligt voor welke regeling na dat jaar geldt. De werkgever had na ommekomst van het schooljaar 2008-2009, en nadat hij bovendien had verzuimd om - conform de mede door hemzelf gemaakte afspraken - de in dat jaar geldende regeling te evalueren, opnieuw in overleg met de CMRP moeten treden. Er kan gezien de omstandigheden van het geval niet van uit worden gegaan dat de regeling uit 2005 zonder voorafgaande evaluatie en zonder overleg automatisch weer van kracht is geworden. Dat geen overleg is gevoerd over de faciliteiten heeft gezien het voorgaande feitelijk tot gevolg dat door de werkgever geen instemming is verkregen van de CMRP ten aanzien van een door hem voorgelegd voorstel inzake de facilitering. Derhalve is de werkgever op grond van artikel 20.4 lid 3 CAO-VO gehouden de regeling zoals opgenomen in bijlage 9 van de CAO-VO uit te voeren.
Trefwoorden
interpretatiegeschil
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
interpretatiegeschil