Interpretatiegeschil artikel 3.b.4 lid 1 CAO VO

Publicatiedatum:

Commissie: Bezwarencommissie CAO-VO

Zaaknummer: 103435

Download uitspraak (64,5 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Werkgever maakt voor werving personeel ter vervulling van reguliere functies gebruik van uitzendbureaus. De werkgever doet dit om de financiële risico's te beperken. Volgens de PMR is dit in strijd met artikel 3.b.4 lid 1 CAO VO.
De Commissie oordeelt dat artikel 3.b.4 lid 1 CAO VO een limitatieve opsomming bevat van de gevallen waarin uitzendarbeid mogelijk is. Een andere uitleg zou dit artikellid zinloos maken en zonder gevolg laten, hetgeen niet in de rede ligt. Het begrip 'kennelijk onvoorziene omstandigheden' in artikel 3.b.4 lid 1 onder c CAO VO heeft betrekking op omstandigheden die zich ten tijde van het aangaan van de uitzendarbeid reeds hebben voorgedaan en die duidelijk niet voorzien waren; zaken als de toekomstige ontwikkeling van het leerlingaantal en de vraag of nieuwe docenten beschikken over de vereiste kwaliteiten zijn niet aan te merken als kennelijk onvoorziene omstandigheden. De stelling van de werkgever dat werving van docenten via personeelsadvertenties geen respons oplevert, is niet onderbouwd en eerst ter zitting aan de orde gesteld. De Commissie is van oordeel dat dit argument tardief is en niet kan worden aangemerkt als een onvoorziene omstandigheid die aanleiding is geweest voor het inschakelen van uitzendbureaus vanaf schooljaar 2005-2006.

Trefwoorden

interpretatiegeschil

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

interpretatiegeschil