Interpretatiegeschil functiebouwwerk art. 10-24 WHW. HBO
Samenvatting
Partijen verschillen van mening over de bevoegdheid van de CMR-P ten aanzien van het aanbrengen van wijzigingen aan het functiebouwwerk. Eerder heeft de Commissie reeds gemotiveerd uitgesproken welke bevoegdheden aan de (P)CMR toekomen ten aanzien van de besluitvorming over de nieuwe functieordening. De Commissie is van oordeel dat de PMR van een hogeschool instemmingsrecht heeft bij het vaststellen van het functiebouwwerk. De Commissie overweegt dat het functiebouwwerk een samenstel van functies is. Het wijzigen van een functie of het toevoegen van een functie aan het functiebouwwerk is van invloed op de rechtspositie van alle in die functie benoemde medewerkers en raakt mogelijk de onderlinge verhouding tussen verschillende in het functiebouwwerk opgenomen functies. De Commissie is daarom van oordeel dat het aanbrengen van wijzigingen in het functiehuis van algemeen belang is voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel en onder het instemmingsrecht van de CMR-P valt. De Commissie overweegt dat in het medezeggenschapsrecht wijziging en vaststelling van een aangelegenheid doorgaans hand in hand gaan. Het ligt dan ook in de rede dat instemmingsrecht ten aanzien van de vaststelling van het functiebouwwerk gepaard gaat met instemming met de wijziging daarvan. Dat het CvB voor het aanbrengen van wijzigingen in het functiehuis instemming van het lokale overleg nastreeft, doet aan het instemmingsrecht van de (P)CMR niet af. Oordeel: de CMR-P heeft op grond van artikel 10.24 lid 1 WHW instemmingsrecht ten aanzien van de wijziging van het functiebouwwerk.
Trefwoorden
interpretatiegeschil
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
interpretatiegeschil