Klacht medewerker over grensoverschrijdend gedrag collega op de werkvloer ongegrond. Er was sprake van wederzijdse gevoelsuitingen waarin beiden een aandeel hadden.
Samenvatting
Situatie
Een medewerker klaagt erover dat zijn collega tegen hem heeft gezegd dat zij met hem op date zou willen, als ze geen gezin had gehad. Daarna hebben de medewerker en de collega op verschillende momenten, gedurende vier maanden, wederzijdse gevoelens besproken. Klager vindt dat zijn collega vanuit haar rol in het managementteam van de instelling de uitspraak niet had mogen doen en ook daarna geen seksueel beladen uitingen had mogen doen. De klagende medewerker kan inmiddels niet meer functioneren op de instelling. De medewerker vindt dat de collega als veroorzakende partij ander werk moet zoeken.
Advies van de Commissie
De klacht is ongegrond.
Toelichting
De medewerker heeft zelf een keuze gehad hoe hij met de opmerking is omgegaan. Dat er sprake zou zijn van een afhankelijkheidsrelatie of wel misbruik van macht heeft de medewerker niet aangetoond. De collega had een managementtaak op een andere afdeling en geen feitelijke zeggenschap over de medewerker.
De medewerker heeft zelf meerdere initiatieven genomen om zijn eigen gevoel te uiten, waardoor de collega's samen een affectieve context hebben gecreëerd, die wederzijds en gelijkwaardig was. Dat dit inmiddels zorgt voor spanningen op de werkvloer met verminderd functioneren als gevolg kan niet aan slechts een van hen worden verweten.
Trefwoorden
seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten, veiligheid
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten, veiligheid