Klacht over door school verlangde financiële bijdrage voor Loot-leerlingen; VO
Samenvatting
Ouders en school zijn verdeeld over de vraag of een finaniciële bijdrage door de school mag worden verlangd voor speciale activiteiten die de school de zoon van klagers beidt. De Commissie overweegt dat de schoolgaande zoon van klagers, die door NOC-NSF is aangemerkt als topsporter, enkel op grond daarvan de status Loot-leerling bezit. Dit volgt uit de begripsbepaling zoals opgenomen in de beleidsregel Loot van de staatssecretaris van OCW, d.d. 26 september 2007. De stelling van klager, dat zijn zoon geen Loot-leerling is, houdt derhalve geen stand. Naar het oordeel van de Commissie kunnen ouders wel afstand doen van de faciliteiten die de school aan Loot-leerlingen biedt, zodat voor die faciliteiten in beginsel geen financiële bijdrage van hen kan worden verlangd. Het standpunt van school, dat in een dergelijke situatie voor de desbetreffende leerling het reguliere verlofregime van kracht is, acht de Commissie niet onredelijk. Dat klagers' zoon al was ingeschreven voordat zijn school de Loot-licentie ontving, doet aan het voorgaande niet af. De Loot-erkenning brengt veranderingen voor de school met zich mee die ook van toepassing zijn op zittende leerlingen. Die kunnen, net als nieuwe leerlingen, vervolgens kiezen voor of afzien van de voor Loot-leerlingen ingerichte faciliteiten. De klacht is ongegrond.
Trefwoorden
schoolorganisatie
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schoolorganisatie