Klacht over ongewenst gedrag van collega's in een ondernemingsraad kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht is te laat ingediend.
Samenvatting
Situatie
Volgens een tweetal medewerkers vertonen twee collega's in de ondernemingsraad ongewenst gedrag. De medewerkers schrijven hun ervaringen op en dienen een klacht in. De vicevoorzitter van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs concludeert dat de klacht te laat is ingediend. De medewerkers maken bezwaar tegen deze beslissing.
Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar van de medewerkers tegen de kennelijk niet-ontvankelijkheidsbeslissing is ongegrond.
Toelichting
De Commissie hanteert een verjaringstermijn van één jaar. Dit betekent dat een klacht binnen één jaar na de gebeurtenis waarover iemand klaagt, moet worden ingediend. Soms neemt de Commissie een klacht in behandeling die na deze termijn van één jaar is ingediend. Er moet dan een goede reden zijn waarom iemand niet eerder de klacht heeft ingediend. Daarvan is in deze zaak geen sprake. De medewerkers hebben er voor gekozen om hun klacht eerst intern te laten behandelen door de instelling, uitmondend in een mediation. In oktober van 2021 eindigt dit traject. Vervolgens hebben klagers pas in maart van 2022 de klacht bij de Commissie ingediend. Dat is niet meer binnen een redelijke termijn. De Commissie hanteert in dit soort situaties een vuistregel dat de klacht in beginsel ingediend moet worden binnen ongeveer zes weken nadat de interne procedure is afgerond.
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, veiligheid, vereenvoudigde behandeling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, veiligheid, vereenvoudigde behandeling