Klacht over ongewenst intiem gedrag collega; BVE
Samenvatting
Drie medewerkers stellen dat verweerder (collega) hen tijdens een personeelsfeest onnodig van achteren heeft aangeraakt, hetgeen door hen als ongewenst en intimiderend is ervaren.
Hoewel fysieke aanrakingen niet uit te sluiten zijn in een drukke ruimte is aannemelijk geworden dat verweerder gedurende enige tijd dicht achter vrouwelijk collega's stond terwijl er voldoende ruimte was om meer afstand te betrachten alsmede dat hij de door enkele klaagsters gegeven signalen dat zij dit niet prettig vonden, heeft genegeerd. Hiermee heeft verweerder grensoverschrijdend ongewenst gedrag vertoond, wat te kwalificeren is als seksuele intimidatie.
Bij de beoordeling van de vraag of iets wel of niet als seksuele intimidatie wordt bestempeld gaat het niet om de intenties van verweerder maar om de vraag of de waardigheid van het slachtoffer wordt aangetast, als gevolg van gedrag met een seksuele connotatie (artikel 1a lid 3 Algemene wet gelijke behandeling). Daargelaten of verweerder klaagsters al dan niet bewust heeft aangeraakt, staat het voor de Commissie vast dat de gebeurtenissen, zoals door klaagsters omschreven, door hen als ongewenst en seksueel intimiderend zijn beleefd. De klachten zijn gegrond.
Trefwoorden
seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten, veiligheid
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten, veiligheid