Klacht over onjuiste en onzorgvuldige aanpak van incident, waarbij een leerling werd beschuldigd van verf spuiten in de school is gegrond. De school heeft zonder hoor en wederhoor maatregelen opgelegd aan de leerling.
Samenvatting
Situatie
Tijdens de verkleedochtend van de eindexamenklassen hebben leerlingen met verf gespoten. De school vermoedt dat de leerling hierbij betrokken was. Als de school de leerling belt om diezelfde middag naar school te komen voor hoor en wederhoor, weigert de leerling dit. De school besluit drie uur na het incident dat de leerling niet mag deelnemen aan het Walibi-uitje de volgende dag, het eindexamengala en de diploma-uitreiking. De moeder van de leerling vindt dat de school eerst had moeten onderzoeken of de leerling een aandeel had bij het verf spuiten en vindt de maatregelen buitenproportioneel.
Advies van de Commissie
De klacht is gegrond.
Toelichting
Niet vast is komen te staan dat de leerling daadwerkelijk heeft gespoten met graffiti. De school heeft de leerling en zijn moeder niet gehoord over het incident. De moeder was de dag na het incident in de gelegenheid om in gesprek te gaan met de school. Dat zou voor de school voldoende reden moeten zijn om zo snel mogelijk te spreken met de moeder over het verf spuiten. De school had de maatregelen voorwaardelijk kunnen opleggen en afhankelijk kunnen stellen van de uitkomst van hoor en wederhoor.
Trefwoorden
communicatie, optreden tegen leerling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
communicatie, optreden tegen leerling