Klacht over schorsing en overplaatsing van een leerling die betrokken was bij een vechtpartij; VO
Samenvatting
Een vader klaagt erover dat zijn dochter zonder deugdelijk onderzoek is gestraft en dat de straf (schorsing en overplaatsing) disproportioneel is. Dat de school tot overplaatsing van de dochter van klager besloot uit oogpunt van veiligheid en orde is te rechtvaardigen gezien de signalen die de politie hierover kennelijk heeft afgegeven en de eerdere ervaringen van de school met het groepje betrokken leerlingen. Omdat de vechtpartij buiten de les- en schooltijd van de betrokken leerlingen plaatsvond en het incident zich heeft afgespeeld buiten het terrein en buiten het gebouw van de school komt het bevoegd gezag geen bevoegdheid tot het straffen van de betrokken leerlingen toe. Het Inrichtingsbesluit WVO staat een schorsing langer dan vijf dagen niet toe. De leerling is feitelijk voor zes dagen geschorst. Omdat de school en het bevoegd gezag ressorteren onder het openbaar onderwijs dient bij een schorsingsbesluit te worden gewezen op de bezwaarprocedure bij het College van Bestuur. In de beslissing op bezwaar van het College van Bestuur dient de rechtsmiddelenclausule van artikel 3:45 Algemene wet bestuursrecht te worden vermeld. Dit is verzuimd. De klacht is op deze onderdelen gegrond.
Trefwoorden
klachtbehandeling, optreden tegen leerling, schoolorganisatie, schorsing leerling, veiligheid
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
klachtbehandeling, optreden tegen leerling, schoolorganisatie, schorsing leerling, veiligheid