Klacht over stagelopen bij een familiebedrijf en resterende stage-uren ongegrond. De instelling kon beslissen dat de student in het tweede leerjaar niet langer mocht stagelopen bij het familiebedrijf van zijn ouders. De uren die de student buiten de beroepspraktijkvormingsovereenkomst heeft gewerkt bij het familiebedrijf zijn niet aan te merken als stage-uren.
Samenvatting
Situatie
Een student heeft een beroepspraktijkovereenkomst (bpv-overeenkomst) gesloten met de opleiding, dat hij in zijn eerste leerjaar mocht stagelopen bij het familiebedrijf van zijn ouders voor 304 stage-uren. De student overschrijdt dit aantal uren. Als de opleiding de student in het nieuwe studiejaar meedeelt dat hij een andere stageplek moet zoeken voor een volgend stageblok van 304 uren en onafhankelijke examinering, is de student het hiermee oneens. Hij stelt dat hem niet eerder is verteld dat hij geen stage mocht lopen bij het familiebedrijf en inmiddels al bijna alle stage-uren voor de gehele opleiding heeft voltooid. Er zouden volgens de student nog maar 10 stage-uren resteren.
Advies van de Commissie
De klacht is ongegrond.
Toelichting
In de bpv-overeenkomst is afgesproken dat de student 304 uren mocht stagelopen bij het familiebedrijf. Alle uren die de student meer heeft gewerkt bij het familiebedrijf, vallen niet onder de bpv-overeenkomst. Deze uren kunnen daarom niet aangemerkt worden als stage-uren, maar gelden als verrichte arbeid buiten de opleiding. Er is geen nieuwe bpv-overeenkomst gesloten over een tweede stageperiode. Ook heeft de opleiding op geen enkele manier expliciet toestemming gegeven dat de student in het tweede leerjaar mocht blijven stagelopen bij het familiebedrijf. Onderwijsinstellingen zijn, binnen de wettelijke kaders, zelf verantwoordelijk om vorm te geven aan de beroepspraktijkvorming. Dat de instelling ervoor kiest om de student in het tweede leerjaar niet langer stage te laten lopen bij het familiebedrijf is een begrijpelijke keuze geweest, op basis van een redelijke afweging en op grond van de Onderwijsleidraad van de opleiding. In de tweede stageperiode moet de student een Proeve van Bekwaamheid afleggen en dat vraagt om een voldoende onafhankelijke beoordeling. Een opleiding mag ervoor kiezen die taak niet toe te bedelen aan een ouder van de student. Dit leidt ertoe dat de student nog 304 uren stage moet lopen bij een ander leerbedrijf voor het voltooien van zijn opleiding.
Trefwoorden
schoolorganisatie
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schoolorganisatie