Klacht over tewerkstellen van een leerkracht met een andere geloofsovertuiging op een christelijke basisschool gegrond. Ouders hadden erop mogen vertrouwen dat op de christelijke basisschool geen leerkracht les zou geven met een andere geloofsovertuiging.

Publicatiedatum:

Commissie: Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)

Sector: Primair onderwijs

Zaaknummer: 108473

Download uitspraak (511,0 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Situatie

Op een christelijke basisschool komt een leerkracht in opleiding werken die vanwege haar islamitische geloofsovertuiging een hoofddoek draagt. Een aantal ouders meent dat de school en het schoolbestuur hiermee handelen in strijd met de statuten. Daarin is bepaald dat de stichting bij haar werk uitgaat van de Bijbel als Gods Woord, volgens het belijden van het christelijk geloof. Verder is in de statuten bepaald dat het schoolbestuur er bij de benoeming van een personeelslid van overtuigd moet zijn dat het personeelslid met doel en grondslag kan instemmen en in overeenstemming met het doel en de grondslag van de stichting zijn of haar taak zal verrichten. Ook stellen ouders dat hen bij de start van hun kinderen op school is gezegd dat er leerkrachten voor de klas zouden staan die het christelijk geloof onderschrijven en uitdragen. De ouders vinden verder dat de school, het schoolbestuur, de MR en de GMR over deze beleidswijziging onvoldoende met hen hebben gecommuniceerd. Daarnaast menen ouders dat de school, het schoolbestuur, de MR en de GMR ouders zouden moeten betrekken bij een voorgenomen beleidswijziging.

Advies van de Commissie

Ouders zijn niet-ontvankelijk in hun klacht over dat de school, het schoolbestuur en de MR/GMR ouders van de school onvoldoende hebben betrokken bij een voorgenomen beleidswijziging. De klacht over dat de school en het schoolbestuur bij het tewerkstellen van onderwijzend personeel op de school niet handelen in overeenstemming met de statuten en hetgeen bij de start van de kinderen op school aan ouders is beloofd, is gegrond. De klacht over de communicatie vanuit schoolbestuur en school is gegrond. De klacht over communicatie door de GMR en MR is ongegrond.

Toelichting

De Commissie behandelt geen klachten die gaan over zaken die deel uitmaken van het overleg tussen de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en het bevoegd gezag. Daar bestaan andere rechtsmiddelen voor dan een klachtenprocedure. Ook is het niet aan de Commissie om een oordeel te geven over de informatieplicht die het bevoegd gezag heeft in het kader van de Wet medezeggenschap op scholen. Dat geldt ook voor de klacht over mogelijke toekomstige besluiten van het schoolbestuur en de directie over wijziging van statuten in relatie tot de christelijke grondslag en het laten plaatsvinden van een ouderraadpleging. Daarom zijn ouders niet-ontvankelijk in hun klacht over het onvoldoende betrokken worden bij een voorgenomen beleidswijziging door de school, het schoolbestuur en de GMR/MR. De identiteit en hoe daaraan uiting wordt gegeven in de dagelijkse praktijk van het onderwijs op school is voor de ouders een belangrijk aspect van de kwaliteit van het onderwijs op school. De beslissing om een leerkracht (in opleiding) met een zichtbaar andere geloofsovertuiging dan de christelijke les te laten geven op de school, raakt aan het pedagogisch klimaat op de school en in de klas. In de statuten wordt de term ‘instemmen met’ gebruikt. Daarom constateert de Commissie dat de beslissing om de leerkracht op de school les te laten geven op papier in strijd is met de statuten. Vanwege de statuten en wat er tijdens de rondleiding op school aan ouders is verteld, mochten de ouders erop vertrouwen dat op de school geen leerkracht met een andere geloofsovertuiging les zou geven. Met deze beslissing hebben de school en het schoolbestuur onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de ouders en hun kinderen. Vanwege de impact die deze beslissing voor deze ouders en mogelijk ook andere ouders heeft, mag van het schoolbestuur en de school verwacht worden dat zij ouders hierover tijdig informeren. Dat hebben de school en het schoolbestuur niet gedaan. Het is aan het schoolbestuur of de school om een leerkracht aan te nemen of op een school te laten werken. In het verlengde daarvan is het aan het schoolbestuur en de directie van de school om over deze beslissing richting ouders te communiceren. De GMR en de MR hebben hierin in principe geen rol.

Trefwoorden

communicatie, schoolorganisatie

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

communicatie, schoolorganisatie