Klacht over toelatingsprocedure school voor voortgezet onderwijs; VO

Publicatiedatum:

Commissie: Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)

Zaaknummer: 104071

Download uitspraak (25,8 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Hoewel klaagster haar zoon in februari per direct had willen aanmelden zei de school de aanmelding pas in april in behandeling te kunnen nemen. Zij kreeg niet de beschikking over de toelatingsprocedure en kende dus ook niet het beleid ten aanzien van zij-instromen. De beslissing hem te weigeren is pas vijf maanden later genomen en gebaseerd op een inschatting van de zorg die haar zoon nodig had, die stoelde op een voor klaagster onbekend verslag. Klaagster acht de motivering van de afwijzing niet deugdelijk gemotiveerd en meent dat leerlingen die zorg nodig hebben niet dezelfde behandeling krijgen als leerlingen die die zorg niet nodig hebben. Nu vaststaat dat klaagster in februari kenbaar heeft gemaakt dat ze A wilde aanmelden voor het volgende schooljaar, oordeelt de Commissie dat de school de aanmelding op grond van de procedure inschrijving zij-instroom op dat moment en niet pas op 15 april in behandeling had moeten nemen, aangezien inschrijving gedurende het gehele schooljaar kan plaatsvinden. In februari had de school klaagster ook op de hoogte moeten brengen van het toelatingsbeleid.
Door klaagster te vertellen dat het definitieve besluit over de toelating niet eerder genomen kon worden dan na de laatste rapportvergaderingen, omdat dan pas duidelijk zou zijn hoe de klassenindeling en de beschikbare formatie er voor het komend schooljaar uit zouden zien, heeft de school een niet beschreven toelatingscriterium besproken en nagelaten de wel beschreven criteria te bespreken. Pas in juli is klaagster zonder hier van te voren over te zijn gehoord, schriftelijk kenbaar gemaakt dat haar zoon niet kon worden toegelaten omdat de school de vereiste zorg niet kon bieden. Daarmee is niet voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. Doordat klaagster haar visie niet kenbaar heeft kunnen maken ligt aan het besluit ook geen zorgvuldige belangenafweging ten grondslag.
Aangezien het traject waar de zoon aan deelnam was gestopt had het voor de hand gelegen dat de school de trajectaanbieder in april 2008 al had verzocht om op dat moment een eindrapportage op te stellen. Door de eindrapportage op het reguliere moment af te wachten heeft de school kostbare tijd verloren laten gaan.
Aangezien de school veel samenwerkt met de trajectaanbieder en daar goede ervaringen mee heeft en dit instituut A maanden heeft begeleid, is het niet onredelijk dat het besluit ook is gebaseerd op dat advies. Het staat vast dat de school tevens heeft kennisgenomen van het onderzoeksrapport van de GZ-psycholoog. Dit rapport is dus niet buiten beschouwing gelaten. Dat de school het rapport van de GZ-psycholoog anders heeft gewogen dan klaagster zou willen, leidt niet tot een ondeugdelijke motivering.
De Commissie acht de klacht dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd in zoverre gegrond dat de aangevoerde argumenten niet valide waren.
Het staat vast dat A niet is aangenomen omdat de school dacht de vereiste zorg niet te kunnen bieden. Hieruit volgt echter niet dat leerlingen die geen zorg behoeven voorrang krijgen bij de toelating, temeer daar klaagster niet heeft weersproken dat er in het verleden meerdere zorgleerlingen op de school zijn toegelaten. De klachten zijn deels gegrond, deels ongegrond verklaard.

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen