Klacht van een medewerker over discriminatie ongegrond. Wel was sprake van onheuse bejegening door de teamleider en een onzorgvuldige behandeling van de discriminatiemelding.
Samenvatting
Situatie
Een medewerkster dient een klacht in over een teamleider, die zich in een werkgesprek heeft uitgesproken over moslims naar aanleiding van een televisieprogramma. De werknemer heeft deze uitlatingen als discriminerend en persoonlijk gericht ervaren, omdat zij zelf moslim is. Verder klaagt de medewerkster over de wijze waarop de onderwijsinstelling haar melding van discriminatie heeft behandeld. Volgens de medewerkster was de procedure onvoldoende transparant en onvoldoende vertrouwelijk en ontbrak een onafhankelijke klachtbehandeling. De instelling deelde informatie uit het hoorgesprek met de medewerkster met de teamleider.
Advies van de Commissie
De klacht over discriminatie is ongegrond. De klachten over onheuse bejegening en de behandeling van de melding zijn gegrond.
Toelichting
Voor het vaststellen van verboden onderscheid is vereist dat sprake is van objectief vast te stellen ongelijke behandeling op grond van godsdienst. Daarvan is in deze zaak niet gebleken. Wel is de wijze waarop de teamleider het gesprek met de medewerkster voerde, onzorgvuldig. Hij introduceerde een gesprek over moslims en bracht gevoelige onderwerpen in verband met deze geloofsovertuiging. Dit deed hij zonder duidelijke context, hij bracht voorbeelden ter sprake die geen directe relatie hadden met het werk en hij hield onvoldoende rekening met de hiërarchische werkverhouding. Hierdoor heeft de medewerkster zich persoonlijk aangesproken kunnen voelen. Dat levert geen discriminatie op, maar wel onheuse bejegening. De instelling heeft de melding van discriminatie onvoldoende zorgvuldig behandeld. De instelling had de medewerkster moeten informeren over het verloop van de procedure, en de vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid van de melding beter moeten waarborgen.
Trefwoorden
discriminatie, klachtbehandeling