medewerker PO
Samenvatting
Werknemer is hulpconciërge en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er vanuit de reguliere middelen geen ruimte is om het dienstverband van de werknemer nog langer te bekostigen. Bovendien acht de Commissie het standpunt van de werkgever, dat 1 conciërge op de school voldoende en verantwoord is en dat ingeval van ontslag, de huishoudelijke sector daarvoor de meest gerede sector is omdat hiermee de operationele schade aan de organisatie tot een minimum wordt beperkt, redelijk. Over de toezegging van de werkgever, dat de werknemer in dienst zou worden genomen als schoonmaker indien hij een opleiding als zodanig zou hebben afgerond, overweegt de Commissie dat ter zitting gebleken is dat de werknemer de, door de werkgever bekostigde, opleiding heeft gestaakt omdat hij hiervoor nog onvoldoende tijd kon vrijmaken. Van een afgeronde opleiding is dus geen sprake. Daarenboven is de Commissie van oordeel dat de werkgever door actief te bemiddelen voor de werknemer en hem onder te brengen bij een schoonmaakbedrijf voldoende invulling heeft gegeven aan de hiervoor aangehaalde toezegging. Dat de werknemer vervolgens binnen de proeftijd is ontslagen, valt buiten de invloedssfeer van de werkgever, temeer omdat de werknemer zich niet tot de werkgever heeft gewend om te overleggen over mogelijke oplossingen voor de ontstane problemen.
Beroep ongegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens bedrijfseconomische redenen
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens bedrijfseconomische redenen