Schorsing en verlenging schorsing; HBO
Samenvatting
Werknemer was werkzaam als directeur. Na een onvoldoende beoordeling heeft hij gesproken met de voorzitter van de Raad van Toezicht. Deze constateerde dat er een sprake was van een vertrouwensbreuk tussen de werknemer en het College van Bestuur. Werkgever heeft werknemer geschorst vanwege ontbreken van noodzakelijk vertrouwen. Schorsing na drie maanden verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Verzoek voorlopige voorziening tegen verlengde schorsing afgewezen (104334). Beslissing verlenging schorsing ingetrokken, beroep daartegen niet-ontvankelijk.
Gelet op het feit dat een directeur rechtstreeks ressorteert onder het CvB heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer uit zijn taken te ontheffen vanwege de problemen in de samenwerking in afwachting van een oplossing van deze problemen. Gelet op het gehele feitencomplex rondom de opgelegde schorsingen en onder verwijzing naar de uitspraak van de voorzitter gaat de Commissie ervan uit dat de werkgever op passende wijze invulling zal geven aan artikel P-3 CAO HBO (rehabilitatie). Beroep ongegrond.
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, schorsing werknemer als ordemaatregel