Vereenvoudigde behandeling beroep tegen beweerd ontslag; VO
Samenvatting
De werkgever heeft op 27-06-2006 een brief met informatie aan de werknemer gezonden. De werknemer heeft hierop per brief van 06-07-2006 naar de werkgever gereageerd. Per brief van 28-09-2007 heeft de werkgever de werknemer ontslagen. Bij brief van 19-04-2008 heeft de werknemer zich tot de Commissie gewend. Hij stelt dat zijn brief van 06-07-2006 door de werkgever beschouwd had moeten worden als beroepschrift en dat de werkgever dit beroepschrift had moeten doorzenden aan de Commissie. De brief van de werkgever van 27-06-2006 is slechts een aankondiging van een ontslag op termijn en vormt op zich geen voor beroep vatbare beslissing. Derhalve is de brief van 06-07-2006 niet gericht tegen één van de in artikel 52 WVO en 13 CAO-VO genoemde voor beroep vatbare beslissingen. Voor zover de brief van 29-04-2008 aan de Commissie dient te worden aangemerkt als een zelfstandig beroepschrift tegen de ontslagbeslissing van 28-09-2007, is er sprake van niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn van 6 weken. Weliswaar is de beroepsmogelijkheid niet vermeld in de ontslagbeslissing van 28-09-2008 maar de werknemer had zich in ieder geval reeds op 28-11-2007 voorzien van rechtskundige bijstand. Nadat de werkgever de raadsman bij brief van 21-01-2008 had gewezen op de beroepsmogelijkheid, is eerst ruim 3 maanden later beroep ingesteld.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, vereenvoudigde behandeling
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
niet-ontvankelijk, vereenvoudigde behandeling