Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Samenvatting
Werknemer is geschorst omdat hij een brief over het functioneren van zijn directeur aan de werkgever heeft gezonden en daarvan via de e-mail afschrift heeft gezonden aan 75 medewerkers. Hij verzoekt om opheffing van de schorsing hangende de procedure voor de Commissie. De voorzitter oordeelt dat een schorsing als ordemaatregel, als bedoeld in art. H-39 CAO-BVE niet aan de orde is. Als het een schorsing als disciplinaire maatregel is, is de procedure van art. 45 CAO-BVE ten onrechte niet gevolgd en zal de Commissie van beroep het beroep in de bodemprocedure zonder meer gegrond verklaren. Inmiddels heeft de werkgever een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter ingediend. Werkgever heeft er belang bij dat werknemer niet op het werk verschijnt zolang de kantonrechter geen uitspraak heeft gedaan. Voorzitter acht het waarschijnlijk dat de Commissie de schorsingsbeslissing zo nodig zal converteren in een schorsing als ordemaatregel in verband met het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan de formele vereisten voor deze schorsing is niet voldaan maar dit gegeven is onvoldoende om de schorsing hangende de ontbindingsprocedure op te heffen. Werknemer heeft door middel van een brief en de procedure in voorlopige voorzienig een vorm van verweer gevoerd en het ontbindingsverzoek is gebaseerd op een dringende reden en er kan niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet zal ontbinden. Werkgever heeft aanmerkelijk belang bij niet-verschijnen van werknemer op het werk. De ziekte van de werknemer maakt dit niet anders.
Verzochte voorziening geweigerd.
Trefwoorden
voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
voorlopige voorziening