Verzoek voorlopige voorziening HBO
Samenvatting
Werkneemster is benoemd op grond van artikel D-3 CAO-HBO, een tijdelijk dienstverband met uitzicht op een vast dienstverband. De werkgever zet het dienstverband niet voort. Op grond van de CAO wordt een dergelijk tijdelijk dienstverband omgezet in een vast dienstverband tenzij uit een beoordeling op grond van artikel N van de CAO blijkt dat de werknemer op grond van zijn functioneren niet voor zo'n omzetting in aanmerking komt. De voorzitter constateert dat de werkgever gedurende het dienstverband wel gesprekken met de werkneemster heeft gevoerd, maar heeft nagelaten de formele beoordelingsprocedure te volgen. Dus is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder het dienstverband op grond van de CAO-HBO per 31-08-2007 kan eindigen en is het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie van beroep het door de werkneemster ingestelde beroep gegrond zal verklaren. De gevraagde voorziening, namelijk dat de werkgever ook na 31-08-2007 het overeengekomen salaris aan de werkneemster dient door te betalen tot het moment waarop de Commissie van beroep uitspraak heeft gedaan op het beroep of, indien dat eerder is, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal eindigen, wordt toegewezen, onder de voorwaarde dat de werkneemster aanbiedt de arbeid op de gebruikelijke wijze bij de werkgever te verrichten. Voorziening toegewezen.
Trefwoorden
voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
voorlopige voorziening