Verzoek voorlopige voorziening om opheffing schorsing; BVE

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 105514

Download uitspraak (165,0 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Verzoekster is geschorst voor de duur van de procedure tot ontbinding dan wel beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Omdat de werkgever heeft nagelaten de door de CAO BVE voorgeschreven verweerprocedure bij de schorsing te voeren, is het waarschijnlijk dat de Commissie om deze formele reden in de hoofdzaak het beroep gegrond zal verklaren. Desondanks is er onvoldoende reden aanwezig om over te gaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Weliswaar lijkt de door de werkgever overgelegde informatie zonder nadere onderbouwing procedureel gezien onvoldoende om als enige basis voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst te dienen, maar anderzijds is het niet aannemelijk dat deze informatie een compleet vertekend beeld van het functioneren van verzoekster zou weergeven. Gelet op de mogelijkheid voor de werkgever om aanvullende verklaringen aan de kantonrechter over te leggen, de korte duur van het dienstverband, de verklaring van de werkgever dat het College van Bestuur ermee bekend is dat het voltallige managementteam geen vertrouwen meer heeft in verzoekster en het feit dat ontbinding van een arbeidsovereenkomst ook kan plaatsvinden wegens gebrek aan wederzijds vertrouwen, kan niet met voldoende mate van zekerheid gezegd worden dat de kantonrechter niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal overgaan. Verzoek afgewezen.

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening